Vervallen
Hulpwerkwoord
zijn
onovergankelijk, vaak gebruikt in context van rechten, abonnementen, of fysieke toestand
Het werkwoord 'vervallen' kan zowel letterlijk (bijv. een gebouw dat in verval raakt) als figuurlijk (bijv. rechten die vervallen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Mijn rijbewijs vervalt over twee weken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De oude fabriek is vervallen en moet worden afgebroken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als de betaling niet op tijd wordt gedaan, vervallen de kortingsrechten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij verviel in herhaling tijdens zijn toespraak.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.