Werkwoord
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voorbeelden
Hij vreet iets onder de tafel.
tegenwoordige tijd, indicatief
Zij vrat het laatste stuk kaas op.
verleden tijd, indicatief
Ik heb gevreten van de overvloed.
voltooid deelwoord, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.