🇳🇱

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voorbeelden

  • Hij vreet iets onder de tafel.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Zij vrat het laatste stuk kaas op.

    verleden tijd, indicatief

  • Ik heb gevreten van de overvloed.

    voltooid deelwoord, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.