🇳🇱

Want

deZelfstandig naamwoordB2
1
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Simple
Compound
Complex
Related Word
Synonym
Idiomatic
Een persoon in winterkleding met een dikke, gezellige want op een bevroren meer, omringd door besneeuwde bomen en heuvels.
2
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een jonge glimlachende meisje draagt te grote wanten terwijl ze op een pad in een groen park staat, omringd door een prachtig landschap met wolken en de zon.
3
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Retro-futuristisch beeld van kleurrijke wanten op een houten tafel met herfstbladeren en een kop warme chocolademelk, terwijl buiten sneeuw valt.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.