NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

351–400 of 3051 words

Common words
353prototypen. — eerste model van iets
355wandelv. — te voet ergens gaan
356verdubbelenv. — twee keer zo groot maken
358juristn. — rechtsgeleerde persoon
360lolligadj. — grappig of leuk
362chagrijnigadj. — slechte humeur
363wijzigenv. — anders maken
364gezondheidszorgn. — medische hulpverlening
366beek
367constanteadj. — onveranderlijk blijvend
371beledigendv. — iemand kwetsen met woorden
372bahn. — iets vies poep of urine
373klosv. — houten schoenen dragen
374afstandelijkadj. — niet vriendelijk of warm
375oostkustn. — oostelijke kust van een land of
376afblazenv. — iets annuleren
377spoorwegn. — treinrails en bijbehorende infrastructuur
378doorbrekenv. — iets in twee delen breken
379aanbevelingn. — positief advies geven
380schadenv. — nadeel toebrengen
381oprapenv. — iets van grond pakken
382potentieeln. — mogelijkheid vermogen dat nog niet is
384onderdrukkenv. — door druk verlagen
385zakendoenv. — handel drijven
386schipperv. — handig onderhandelen
387cyclusn. — herhalende fase
389schooltijdn. — periode van onderwijs
390bewijsstukn. — document als bewijs
392pubn. — belgische openbare omroep
394stavenn. — stok groep medewerkers
395lekkenn. — plaats waar iets lekt
396uitbreidenv. — vergroten of uitbreiden
397primitiefn. — vroeg stadium mensheid
398besmettingn. — overdracht van ziekte
399bedrevenv. — actief in zaken