Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

101–150 of 89581 words

Top 500 — essential everyday words
101manA1v.controleren of beheersen
102evenA2adj.zodra of kort
103eensA2conj.als eenmaal
104terugA1adv.weer naar achter
105komtv.bewegen naar plaats
106misschienA1adv.mogelijk iets stemmen
107latenA1n.een tijd of periode
108nietsA1n.geen zaak
109zein.gistel plant
110iemandA2n.belangrijk persoon
111houn.een liefde of band
112okéB1interj.bevestiging of instemming
113veelA2n.grote hoeveelheid
114komenA1v.bewegen naar plaats
115weerA1n.verdediging lichaam
116totA1prep.tot bij iets
117zegn.gistel plant
118uwA1pron.jouw formele versie
119menseninterj.groep van personen
120toenA1conj.wanneer ook weer
121zeggenA1n.gistel plant
122wordenA1v.verandering in toestand
123onzen.bezit eerste persoon
124zitA1v.in een positie blijven
125z'nn.essentie zijn
126magv.to be allowed
127kijkA2v.zien met ogen
128levenA1v.in leven zijn
129heelA1v.geheim houden
130nodigA1v.uitnodigen iemand
131tegenA2n.het tegen zijn
132wordtv.verandering in toestand
133gewoonA1adj.normaal of simpel
134tweeA1n.groep van twee
135netA2n.draad of net
136doodA1v.iemand ombrengen
137altijdA1adv.op elk moment
138wetenA1v.toeschrijven aan iets
139wijA1pron.eerste persoon meervoud
140makenA1v.iets creëren of doen
141tijdA2n.een periode van bestaan
142gedaann.acties of dagen
143afA1prep.betrekking tot iets
144omdatA1conj.omdat een reden
145geefv.iets overhandigen
146zekerA2v.bevestigen of garanderen
147ziev.iets waarnemen
148dagA1symbool voor dag
149doetn.acties of dagen
150wachtA2n.wachttijd periode