Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

3001–3050 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
3001versierenA2
3002uitzietv.eruit zien
3004lenteA2
3005weggingv.vertrekken vertrekken
3006nummersv.iets tellen
3007mietjen.zwak iemand
3008lady
3009tipA1n.helpful advice
3010slagenA2v.slaag halen of doen
3011plekje
3012frisseadj.verfrissend gevoel
3014mekaarB1
3015weigerenA2v.niet toestaan of accepteren
3016veroorlovenB2v.to permit or allow
3017gokn.voorafgaande keuze maken
3018eiA1interj.uitroep of aanklacht
3019vochtA2
3020uitweg
3021schop
3022eikelsn.fruit van de eik
3023drukkenA2n.spanning of kracht
3024spanningA2
3025brandt
3026beloofdev.iets toezeggen
3027motel
3028zielenn.persoon aantal
3029casinoB2
3030oordeelB1v.iemand beoordelen
3031huilv.tranen laten
3032goedkoopA1adj.cheap inexpensive
3033effectB1
3034pijnlijkB1
3035bereikv.aankomen op bestemming
3036mazzel
3037duikenA2
3038middelbareadj.middelbare school
3039bewijstv.aantonen of tonen
3040soortenn.type of iets
3041kleintjen.klein kind
3042behoefteB1
3043glazenB1n.drinkschaal of beker
3044schoonmakenA1v.to clean
3046kouA2
3047studieA2
3048vóór
3049veldA2
3050bijtenA2v.tanden gebruiken om iets te pakken