Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

3301–3350 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
3301onbekendA2
3302kleineradj.van geringe omvang
3303spoedigB1
3304joodB1
3307kroonA2
3308apenn.afkorting voor AAP
3310maffia
3311negatiefB1
3312inpakkenA2
3313belangrijksadj.erg significant
3315zonenn.kind van ouders
3318set
3320uitmakenA2
3322daag
3323fuckB2
3324zeepB2
3325dekenA2n.functie van deken
3326bloedt
3327schutterB1
3328riemA1n.lange smalle band
3329kokA2
3330pianoA2
3333comaB1
3334herhalenA2
3335telefoonnummerA1n.cijferreeks om te bellen
3337geslaagdB1v.slaag halen of doen
3338wondA2v.verwonden maken
3339gebrekA2n.tekort of gebrek
3340leerlingenn.schoolstudent of pupil
3341concertA2
3342begripA2
3344herrieB1
3346natuurlijkeadj.zoals in natuur
3347kanaalB1
3348contantB1
3349chocoladeB1
3350regentB1