NEDERLANDS
🇬🇧

Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

4551–4600 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
4552doodgaatv.niet meer leven
4553bezetenA2v.iemand iets hebben
4554luidA2v.klinken van klokken
4555knippenA2n.kort geluid van schaar
4556herfstA2n.seizoen na zomer
4557oogje
4558vulv.invullen of vullen
4559smakelijkA2adj.lekker of gezond
4560althansB1
4563houtenn.materiaal of boom
4564aas
4565herkendv.iemand iets weer zien
4566verschijntv.uitkomen of verschijnen
4567pret
4568slotenn.afsluiting of eind
4569taaiC1adj.lang volhouden
4570zoete
4571zestigA1num.getal zes keer tien
4572woestA2adj.wild en ongeregeld
4574buitenlandA1n.landen buiten eigen land
4575gesprongenn.lente seizoen
4576zevendev.werkwoord zeven
4577afsprakenn.een bepaalde afspraak
4578duizeligB1
4579meldt
4580lijnenv.strepen trekken
4581kletsv.verbaal uitdrukken
4583portefeuilleB1n.map voor geld en papieren
4584suite
4585opgeruimdv.rommel wegdoen
4586vaagA2
4587eendB1
4588wade
4589dwergB1
4590diplomaB1
4591bindenA2n.verbintenis of relatie
4592ontwerpA2v.creëren of plannen
4593onderdelenn.stuk van geheel
4594meg
4595koperB1
4597aanpassenA2v.veranderen of modificeren
4598allervraagteken of symbool
4599zakelijkB1adj.betrekking op zaken
4600bestandA2n.opgeslagen gegevens