🇬🇧

Jas

deCommon nounA1
1
Complex
Future Tense
Imperative
Compound
Past Tense
Interrogative
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Een persoon in een stijlvolle jas in een winterse omgeving met vallende sneeuw.
2
Simple
Future Tense
Declarative
Compound
Present Tense
Interrogative
Complex
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Een persoon in een helder gele regenjas spat vrolijk door een plas tijdens een zware regenbui.
3
Complex
Present Tense
Declarative
Imperative
Compound
Future Tense
Context & Scenario
Simple
Past Tense
Interrogative
Een kleine jongen in een schattig, sterrenpatronen jasje speelt vrolijk in een park vol bloemen, met een kleine hond in een bijpassend jasje die toekijkt.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.