NEDERLANDS
🇬🇧

Jongen

VerbA1
1
Simple
Een jonge jongen speelt buiten in een zonnig park met vrienden, omringd door groen gras en bomen in een speelse setting.
2
Present Tense
Een jonge tiener jongen met een voetbal, gekleed in sportkleding, die zelfverzekerd naar de horizon kijkt op een levendig voetbalveld.
3
Informal
Informal
Twee jonge mannen in een gezellig café lachen en praten aan een tafel

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.