Verb
Auxiliary Verb
hebben
gereguleerd
Vier heeft zowel een formele als informele connotatie, word vaak gebruikt in contexten zoals verjaardagen of feestdagen.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
ik
Gebiedende wijs
Examples
We gaan het leven vieren.
infinitief, neutraal
De kinderen zijn vierend door de tuin.
tegenwoordige deelwoord, neutraal
Ik vier mijn verjaardag vandaag.
tegenwoordige tijd, neutraal
Ik vierde het nieuwe jaar met vrienden.
verleden tijd, neutraal
Het feest is gevierd met veel gasten.
voltooid deelwoord, neutraal