NEDERLANDS
🇳🇱

Stok

deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Stok' in het enkelvoud wordt gebruikt om één exemplaar van een lang, dun voorwerp aan te duiden, vaak gemaakt van hout.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

'Stokken' in het meervoud wordt gebruikt om meerdere van zulke voorwerpen aan te duiden.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het woord 'stokje' wordt vaak gebruikt om iets kleins of schattigs aan te duiden, zoals een klein stokje voor een ijsje of om mee te roeren.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • wandelstok

    Een stok die gebruikt wordt om mee te wandelen.

  • hockeystick

    Een stok die gebruikt wordt om hockey te spelen.

  • stokbrood

    Een lang, dun brood.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • vasthouden

    Het werkwoord 'vasthouden' wordt vaak gebruikt met 'stok' om aan te geven dat iemand de stok beetpakt.

  • gooien

    Het werkwoord 'gooien' wordt vaak gebruikt in combinatie met 'stok' wanneer je een hond een stok laat apporteren.

  • houten

    Het bijvoeglijk naamwoord 'houten' beschrijft vaak van welk materiaal de stok gemaakt is.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Stok' kan zowel letterlijk (bijv. een wandelstok) als figuurlijk (bijv. 'de stok achter de deur') gebruikt worden.
  • countability:'Stok' is een telbaar zelfstandig naamwoord, dus het heeft zowel een enkelvoud als een meervoud.
  • irregular:De meervoudsvorm van 'stok' is regelmatig: 'stokken'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.