🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'want' is een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

Bepaald (de/het)
de want
"De want is een insect."
Onbepaald (een)
een want
"Ik heb een want gevonden."
Zonder lidwoord
want
"Want kruipen vaak in groepen."

Meervoudsvormen

De pluralis van 'want' is 'watsen'.

Bepaald (de)
de watsen
"De watsen zitten op het gras."
Zonder lidwoord
watsen
"Zij hebben meerdere watsen gezien."

Verkleinwoord

het wantje
"Het wantje is heel klein."

Het diminutief geeft aan dat het kleine of schattige insect is.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • wantensoort

    "De wantensoort die we zagen was groen."

    een soort want

  • wantschade

    "De wantschade aan de planten is groot."

    schade door winten

Veelgebruikte woordcombinaties

  • de wants van de natuur

    "De wants van de natuur zijn belangrijk voor het ecosysteem."

    Dit betekent dat watsen essentieel zijn voor de natuur.

  • wanten zetten

    "Wanten zetten kan ze helpen in de winter."

    Dit betekent dat je wanten aan moet trekken als het koud is.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'want' is telbaar; je kunt zeggen 'meerdere watsen'.
  • register:Informeel gebruik voor alledaagse gesprekken, formeel voor wetenschappelijke contexten.
  • irregular:De plurale vorm 'watsen' is niet regelmatig, maar gebruikelijk voor dit soort insecten.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.