Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus — 44 million words of Dutch film and television subtitles.

3951–4000 of 89581 words

Top 5,000 — well-rounded vocabulary
3951idiote
3952hooguitB1
3953jagerA2n.persoon die jaagt
3954helmA2
3955algemeenA2n.algemeen begrip
3956reddingB1
3957wijsheidA2
3958stabielA2
3960vermijdenB1
3961acterenB2
3962oproepB2v.iemand oproepen
3963brutaalA2
3964sprakenv.met iemand praten
3965netwerkB1n.samenwerkingsverband
3966klachtA2
3967heelal
3968gelegenv.stellen in een horizontale positie
3969zachterA2
3971modeA2
3972gevuldv.invullen of vullen
3973zesde
3974verlof
3975bezochtv.iemand opzoeken
3976scorenB1
3977boekjev.vastleggen of reserveren
3978bepaaltpron.onbepaald iets
3979uurtjen.tijdseenheid zestig minuten
3981valleiC1n.laag gebied tussen bergen
3982zoetA1adj.smaak als suiker
3983coke
3984romanB1
3987rechtszaalC1n.ruimte voor rechtspraak
3988elektriciteitA1n.energie voor apparaten
3989ademtv.lucht halen
3990yo
3991voorlezenA2
3992verspreidB2
3993nesten
3994nakijkenA2
3995genepron.niet een
3996geroepenn.een uitroep of aanklacht
3999vangn.een vangst
4000bingo