Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

501–550 of 807 words

Top 5,000 β€” well-rounded vocabulary
501jagern. β€” persoon die jaagt
502algemeenn. β€” algemeen begrip
503uitlegv. β€” verklaring geven
504holv. β€” hard rijdend voertuig
505tapijtn. β€” vloerkleed van stof
506bukkenv. β€” buigen voorover
507ladenv. β€” iets inladen
508bioscoopn. β€” plaats voor films
509omheenadv. β€” rondom iets bewegen
510tredenv. β€” stappen of gaan
511boterv. β€” aansluiten bij een naam
512handdoekn. β€” stof voor afdrogen
513anderhalfnum. β€” eenhalve plus een
514spokenv. β€” toevallige geluid maken
515afnemenv. β€” verkleinen of verminderen
516scherenn. β€” een scheermes
517zuuradj. β€” procent van zuur
518tegelijkertijdadv. β€” op hetzelfde moment
519stortenv. β€” geld of inhoud geven
520snorv. β€” haar op de bovenlip
521ovenn. β€” kleurige oven
522dankjeweln. β€” manier van danken
523sigaarn. β€” rokende tabak
524wekkenv. β€” laten opstaan
525verlopenn. β€” volgorde of proces
526littekenn. β€” huidafhankelijk merkteken
527spuitv. β€” vloeistof onder druk
528traagadj. β€” langzaam of niet snel
529bezittenv. β€” iemand iets hebben
530schaalv. β€” verdeel of rangschik
531heeinterj. β€” tussenwerpsel en roep
532twijfelenv. β€” over iets twijfelen
533belevenv. β€” ervaring hebben van
534elkaarspron. β€” wederzijds onderwerp
535oranjen. β€” de naam van het huis
536zinkenv. β€” bewegend naar beneden
537wijkn. β€” zacht materiaal
538tochtv. β€” meervoud van tocht
539spraken. β€” de taal gebruik
540naderenv. β€” dichterbij komen
541toneelstukn. β€” theater stuk
542pann. β€” kookgerei voor voedsel
543zeilenv. β€” met doek voortbewegen
544voorkeurn. β€” lievelingskeuze
545drukten. β€” spanning of kracht
546bestellingn. β€” bestellen of ordren
547dieetv. β€” afvallen door voeding
548buigenv. β€” voorover buigen
549massan. β€” grote hoeveelheid
550jaagadj. β€” snel en gejaagd