Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

751–800 of 821 words

Common words
751mijdenv. β€” ver van iets blijven
752vanachterprep. β€” positie achter iets
753kenmerkv. β€” meervoud van kenmerk
754oorbeln. β€” sieraad voor oor
755nationaliteitn. β€” afkomst of nationaliteit
756campingn. β€” plek om te kamperen
757gezelligheidn. β€” gezellige sfeer
758bradenv. β€” vlees koken op vuur
759aantekeningn. β€” korte notitie
760kreetv. β€” het maken van geluid
761klankn. β€” toonhoogte of klankkleur
762boonn. β€” soort groente of boontje
763middelbaaradj. β€” middelbare school
764druifn. β€” een soort vrucht
765schonerconj. β€” verbinden zinnen
766grachtn. β€” waterweg in stad
767jeukenv. β€” huid krabben
768schriftelijkadj. β€” in geschreven vorm
769pinnenv. β€” metalen pen of pin
770uitvarenv. β€” totstandbrengen van iets
771betoverenv. β€” iemand in trance brengen
772rijdendv. β€” verplaatsen met voertuig
773moeizaamadj. β€” moeilijk en traag
774dealtv. β€” afspreken of onderhandelen
775vouwenv. β€” iets plooien of buigen
776beurenv. β€” betalen of teruggeven
777vorderenv. β€” vooruitgang maken
778intensiefn. β€” intensiefe mate
779hegn. β€” groene plantengroei
780grommenv. β€” boos geluid maken
781pruln. β€” waardeloos iets
782navertellenv. β€” verhaal opnieuw vertellen
783speldenv. β€” letter voor letter
784kronkelenv. β€” bewegen in bochten
Less common words
785verpleegkundigeadj. β€” verpleging gerelateerd
786rietn. β€” een plant familie
787bonkenn. β€” klap of slag
788kajuitn. β€” ruimte op een boot
789klemmenv. β€” vastgeklemde dingen
790dijkv. β€” werkwoord: verhogen
791zoemenv. β€” geluid maken van insecten
792aanstellenv. β€” iemand aanwijzen voor taak
793tegenvallenv. β€” slechter zijn dan verwacht
794uitvoerv. β€” totstandbrengen van iets
795geruisn. β€” geluid zonder bron
796opluchtenv. β€” verlangen naar geluk
797uitputtenv. β€” vermoeid maken
798opmaakv. β€” afmaken of in orde maken
799verpakkenv. β€” inpakken in iets
800afwisselenv. β€” veranderen in iets anders