Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

1901–1950 of 89581 words

Top 5,000 β€” well-rounded vocabulary
1901opgevenA2v. β€” stoppen met proberen
1902geestenn. β€” mind or thought
1903bereiktv. β€” aankomen op bestemming
1904chauffeurA1n. β€” driver
1905toevalA2n. β€” onverwachte samenloop
1906machineA2n. β€” apparaat met motor
1907puntenv. β€” meerdere locaties of streepjes
1908leraarA1n. β€” teacher
1909westenA2n. β€” windstreek waar zon ondergaat
1910stormA2n. β€” harde wind met kracht
1911gekendv. β€” weet wie iemand is
1912boerderijA2n. β€” bedrijf op het platteland
1914schreeuwenA1v. β€” luid roepen
1915afspraakjen. β€” een bepaalde afspraak
1916gozer
1917vreesB1
1918gekekenv. β€” zien met ogen
1920eiereninterj. β€” uitroep of aanklacht
1921cadeauA1n. β€” gift present
1922menselijkA2adj. β€” bij de mens horend
1923hersensB1
1924klapA2n. β€” harde slag met hand
1925stofA2n. β€” materiaal of leerstof
1926lelijkA2adj. β€” niet mooi
1927smaakA2n. β€” wat je proeft
1928garageA1n. β€” verblijfsplaats voor auto
1929zojuistA2adv. β€” een moment geleden
1930signaalB1
1931stelletjen. β€” een jonge plant
1932ongelofelijkA2adj. β€” bijna niet te geloven
1933drinktv. β€” vocht opnemen
1934vliegA2v. β€” zich voortbewegen in de lucht
1935kerstmisA2n. β€” christelijk feest in december
1936lef
1937grijp
1938vijftienA1num. β€” het getal vijftien
1939verslagenn. β€” schriftelijk rapport
1941interesseB1
1942gaveB2n. β€” natuurlijk talent
1943virusA2n. β€” ziekteverwekkende microbe
1944vingerA2n. β€” lichaamsdeel aan de hand
1945groene
1946doorheenA2adv. β€” ergens doorheen
1947huurA1v. β€” temporaire overeenkomst
1948wedB2n. β€” gok bedrag
1949wensenA2v. β€” meervoud van wens
1950vanochtendA2adv. β€” in de ochtend van vandaag